Wick Favier (Boom) Alex Oostema (Boom), Edwin Bunte (Eppendorf Nederland)
Duurzaamheid staat hoog op de agenda in de labwereld, maar investeren de laboratoria daadwerkelijk in vergroening? Samen met FHI peilde LABinsights tijdens een paneldiscussie met toonaangevende leveranciers in hoeverre de labsector echt bereid is om te investeren in duurzaamheid. De wil is er wel, maar kosten zijn wel een dingetje als het gaat om het investeren in groenere technologie. Lees het verslag van onze paneldiscussie.
Zoals zo vaak gaan ook bij het vergroenen van laboratoria de kosten voor de baat uit. Laboratoria slurpen energie, gebruiken veel chemicaliën en produceren een behoorlijke afvalstroom. Logistiek worden de nodige kilometers gemaakt, bijvoorbeeld voor het transport van monsters of het inslaan van gebruiksartikelen. De technologie om te vergroenen is er al, maar vergt wel een investering die zich eerst moet terugverdienen. Dit blijkt voor veel labs nog een drempel om duurzamer te opereren, zo bleek tijdens de tweede paneldiscussie in samenwerking met FHI-leden over ‘de weg naar een groenere labwereld’.
Diko Strietman (Baker Europe), Harald Hilbelink (Haier Biomedical Europe), Michiel Godschalk (Salm en Kipp) | foto: FOODnote
Groei biobased gebruiksartikelen
Duurzamere consumables vinden steeds meer hun weg in de laboratoria. Dit lijkt sneller te gaan dan het omarmen van bijvoorbeeld energiezuinige apparaten, ziet Bunte: “Vanuit Eppendorf zijn we in het kader van duurzaamheid al jaren bezig om apparatuur aan te passen. Waar de labs echt voor warm lopen, zijn de biobased consumables, dus niet vanuit aardolie gemaakt, maar vanuit gebruikte vetten en oliën uit de voedingsindustrie. Dat sluit aan op duurzaamheidsdoelstellingen van bedrijven, zeker bij de farmaceutische industrie, die daar meer voor over lijkt te hebben.”
Dat enthousiasme ziet hij voor groenere apparatuur minder: “Neem een gekoelde centrifuge die minder energie gebruikt. Die wordt toch meer gezien als ‘nice to have’. Daarin investeren heeft voor gebruikers minder prioriteit.”
“Waar de labs echt voor warm lopen, zijn de biobased consumables”
Duurzaamheid en tenders
Duurzaamheid speelt ontegenzeggelijk, haakt Oostema in: “Laat ik een voorbeeld geven. Je hoort labs wel zeggen: ‘Zet die -80 °C-vriezer maar op -70 °C. Dan scheelt het weer 10 of 20% energieverbruik’.”
Zijn collega Wick Favier vult aan. “Laboranten zie ik er niet zo heel erg mee bezig zijn. Inkopers maken er vaak wel meer een punt van. Het bedrijfsleven is daar momenteel wat actiever in dan bijvoorbeeld universiteiten. Het besef dringt door dat als je niet tijdig verduurzaamt, je dat orders kan gaan kosten.”
Bij aanbestedingen heeft duurzaamheid nu volgens Oostema een vaste plek veroverd. “Wij zien dat daar waar jaren geleden bij een tender kwaliteit en prijs allesbepalend waren, het tegenwoordig draait om kwaliteit, prijs, duurzaamheid. Het speelt steeds meer, al mag duurzaamheid niet te veel kosten.”
Hij vervolgt: “Zelf kijken we ook naar onze rol als leverancier binnen de keten. We vragen bijvoorbeeld de chemicaliënjongens wat ze doen aan duurzaamheid. Ze kunnen het prachtig vertellen, maar groene chemie is nog maar zeer beperkt beschikbaar, en dat zal ook nog wel even duren.”
Groenere analysetechnieken
Godschalk ziet groeiende interesse in de laboratoria voor het terugdringen van zowel de uitstoot als het chemicaliënverbruik. “De global warming potential van koudemiddelen en wat hun bijdrage thermisch gezien is, leeft enorm. Laboratoria willen ook meer doen met minder oplosmiddelen. Wij hebben daar de technologieën voor in huis. Bijvoorbeeld om traditionele methoden te vervangen, denk aan de stikstofbepaling met Kjeldahl versus DUMAS of Soxhlet- versus microwave-extractie. Toch zie je dat de conversie naar nieuwe technologieën heel lastig gaat. Men houdt vast aan bewezen technologieën; vooral normering speelt daarin een rol. Stap je over naar een milieuvriendelijk alternatief, dan moet je aantonen dat hetgeen wat je nieuw koopt op z’n minst gelijkwaardig is. Dat is vaak een serieuze studie, waardoor ze toch weer kiezen voor een traditionele oplossing, waar er al tien van staan.”
“We hebben nagenoeg alle klanten ervan overtuigd dat het ook prima lukt ze te bevoorraden met één vaste afleverdag per week”
Zuiniger met energie
Koelers en vriezers worden steeds zuiniger; dat kan flink schelen in de energierekening, stelt Hilbelink: “Een laag energieverbruik is echt wel een belangrijke factor geworden. Daar innoveren we op, maar ook hier – en daar sluit ik me aan bij Alex – de prijs mag niet omhoog.”
Ook luchtbeheersingssystemen verbruiken vandaag de dag stukken minder dan jaren geleden. Strietman: “Een biosafety cabinet gebruikt niet heel veel stroom als hij niet continu in gebruik is. Het kan veel zuiniger als hij niet altijd aanstaat. Zeker voeden we daarin op, maar een labmedewerker zet de flowkast liefst 24/7 aan. Dan kan-ie er altijd zo instappen. En de technische dienst ziet dat liefst ook. Die zegt: ‘Laat hem maar draaien, want als je hem vaak aan- en uitzet, krijg ik altijd die alarmmeldingen.’ Met die realiteit heb je te maken. We houden daar wel rekening mee door componenten te selecteren die zuiniger zijn, om onze kasten daarmee zo groen mogelijk te kunnen aanbieden.”
Total cost of ownership en energielabels
Dat zuinige apparatuur zich op termijn terugverdient, is bekend, maar is niet top of mind. Hilbelink ziet dat er nog steeds vooral naar de initiële investering wordt gekeken: “Als je de total cost of ownership van vergelijkbare apparatuur nu eens zou gaan vergelijken, dan ga je eindelijk richting positief denken vergroening. Ik weet zeker dat als je er met z’n allen in duikt, het zich ook nog eens terugbetaalt.”
Het aantoonbaar maken dat apparatuur groener is, met alle voordelen als energiebesparing van dien, zou inkopers op laboratoria over de streep kunnen trekken. Op dit moment komen er steeds meer onafhankelijke partijen die duurzaamheidsclaims hard kunnen maken.
“Uiteindelijk gaat vaak de kortetermijnwinst voor duurzaamheid”
Hilbelink: “Energy Star voor vriezers bijvoorbeeld. Dit is een onafhankelijk instituut in Amerika dat vriezers – en ook andere apparatuur – van verschillende fabrikanten test op energiezuinigheid. En de rapporten worden openbaar gemaakt. Dan kun je als je wilt investeren heel duidelijk zien: ‘dit is een zuinige vriezer, en die niet’.”
Strietman: “In Engeland heb je Greenlight Labs. Die voeren studies uit naar energiebesparingsmogelijkheden van apparatuur, vooral ULT-vriezers en zuurkasten, en spitten dat tot op de bodem uit. Ze adviseren ook inkopers bij het behalen van duurzaamheidsdoelstellingen.”
Quick wins bij vergroening?
Wat is nu het ‘laaghangende fruit’ qua verduurzaming van de labs? Strietman: “Meer samenwerking is er een. Je ziet organisaties samples van A naar B, naar C en terug naar A rijden, dwars door het land. Dan denk ik: dat kan toch een stuk eenvoudiger logistiek?” Oostema denkt ook dat er met slimmere logistiek milieuwinst te halen is: “We hebben nagenoeg alle klanten ervan kunnen overtuigen dat het ook prima lukt ze te bevoorraden met één vaste afleverdag per week. Moet het anders, dan doe je een belletje. Verschil is te zien bij researchorganisaties, die willen vaak producten zo snel mogelijk ontvangen, waar QC-labs prima het verbruik kunnen voorspellen en kunnen ‘leven’ met 1x per week aanlevering. Moet je eens kijken wat een efficiënte goederenbeweging en welke besparing dat oplevert!”
Minder verspilling is ook een quick win, vult hij aan. “Wij verkopen steeds vaker kleinere verpakkingen. Daar waar er vroeger 2,5 liter gekocht werd, en na een jaar een liter werd weggegooid, kopen ze nu een litertje. En dan nog weer een. Heeft ook met het feit te maken dat steeds meer analysetechnieken vragen om hoogzuivere chemie.”
Goedkoop is vaak geen duurzame koop
Duurzaamheid moet geen greenwashing worden, daar is het panel het wel over eens. Het staat mooi in de jaarrapporten dat er zo duurzaam mogelijk wordt ingekocht, maar als puntje bij paaltje komt … Dan is het volgens Godschalk toch vaak de prijs die de doorslag geeft. Onderaan de streep kosten duurzame oplossingen nu eenmaal meer, in de regel. Dat de goedkoopste oplossing ook vaak de minst duurzame is en op termijn duurder uitpakt, wordt nog onvoldoende op waarde gewogen.
“Duurzaamheid is wel een beetje een toverwoord aan het worden. Je ziet het in de aanbestedingen, zoals net aangehaald, al terugkomen tot de cost of ownership aan toe. Wat zie je in de praktijk? Als partij 1 op papier goedkoper is, maar over tien jaar duurder uitpakt door een hoger energieverbruik, meer consumables, meer servers, meer onderdelen, enzovoort, kiezen ze niet voor die duurzame oplossing. Uiteindelijk gaat vaak de kortetermijnwinst voor duurzaamheid.”