Een kantoor en een laboratorium hebben allebei ventilatie en klimaatbeheersing nodig. Toch zijn de eisen aan de luchtbehandeling in een laboratorium van een heel andere orde.
In een kantoor draait het vooral om een comfortabel binnenklimaat. In een laboratorium moet de installatie daarnaast aansluiten op het proces, de veiligheid en de apparatuur. Temperatuur, luchtkwaliteit en drukhuishouding kunnen direct invloed hebben op de manier waarop werkzaamheden veilig en betrouwbaar kunnen worden uitgevoerd.
Een laboratoriumruimte heeft geen standaardgebruik. In de ene ruimte wordt gewerkt met zuurkasten, in de andere met gevoelige apparatuur of materialen die een stabiel klimaat vereisen. Een cleanroom stelt weer andere eisen dan een reguliere laboratoriumruimte.
Daarom begint de engineering van de klimaatinstallatie met de vraag wat er in iedere ruimte gaat gebeuren.
“Het maakt voor je ventilatie uit of er met schadelijke stoffen wordt gewerkt of dat de omgeving juist heel schoon moet zijn, zoals in een cleanroom”, vertelt Kevin Verwoert, engineer werktuigbouwkunde bij ULC Installatietechniek. “En in de ene ruimte wordt er wel in zuurkasten gewerkt en in de andere niet.” Die verschillen bepalen onder meer hoeveel lucht er nodig is, hoe luchtstromen worden georganiseerd en welke regeltechniek noodzakelijk is.
Ook de warmtelast van laboratoria speelt een belangrijke rol. Laboratoriumapparatuur kan aanzienlijk veel warmte produceren. Tegelijkertijd moeten bepaalde ruimtes juist zeer stabiel worden gehouden.
Bij bijvoorbeeld het OLVG LAB is daarom niet alleen gekeken naar verwarming, maar ook naar de benodigde koeling. Warmtepompen werden gecombineerd met naverwarmers en een retourklep om de ruimtetemperatuur en ventilatie in de laboratoria constant te kunnen houden.
De klimaatinstallatie moet daarmee continu balanceren tussen comfort, veiligheid, energiegebruik en de eisen van het proces.
Voor laboratoria waar continu wordt gewerkt, komt daar nog een extra uitdaging bij. Als processen 24/7 doorgaan, kan de klimaatinstallatie niet simpelweg buiten kantooruren worden teruggeschakeld.
Dat betekent niet dat ieder laboratorium altijd maximaal hoeft te ventileren. Juist daarom is een goede analyse van het gebruik belangrijk. Welke ruimtes worden wanneer gebruikt? Welke processen lopen continu? Welke installaties zijn kritisch?
Daarmee ontstaat ruimte om energiegebruik en bedrijfszekerheid beter op elkaar af te stemmen.
De grote uitdaging is volgens ULC om energiebesparing niet los te zien van de functie van het laboratorium. Een installatie kan technisch energiezuinig zijn, maar als daardoor niet meer wordt voldaan aan de eisen van het proces, is de oplossing niet geschikt.
Monitoring kan hierbij helpen. Door energiegebruik en de werking van installaties inzichtelijk te maken, ontstaat een beter beeld van waar optimalisatie mogelijk is. Ook in het engineeringproces moet daarom al worden nagedacht over meet- en regelmogelijkheden.
Een goede luchtbehandelingsinstallatie is uiteindelijk geen installatie die simpelweg zoveel mogelijk lucht verplaatst. Het is een systeem dat precies aansluit op wat er in het laboratorium gebeurt – vandaag én in de toekomst.
Meer informatie?