Het Rijkserfgoedlaboratorium in Amsterdam is dé plek waar erfgoedprofessionals en erfgoedbeheerders terecht kunnen met vragen over materialen, makelij, verval en conservering van objecten. Met behulp van geavanceerde apparatuur, waaronder een nieuwe SEM, lossen onderzoekers de meest uiteenlopende vraagstukken op. Senior conserveringsspecialist dr. Ineke Joosten: “Wil je meer weten over de vergulding van de Gouden Koets? Dan kom je naar ons.”

Alinda Wolthuis | Fotografie: FOODnote

Voor alle duidelijkheid: wie zich afvraagt of die éne ets op zolder mogelijk van Rembrandt is, hoeft niet aan te kloppen bij het Rijkserfgoedlaboratorium. Dit onderdeel van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed is namelijk niet toegankelijk voor particulieren. “Wij zijn er voor professionals en beheerders van musea, bibliotheken en monumenten”, zegt senior conserveringsspecialist dr. Ineke Joosten. Met haar twintig collega’s bevolkt ze een hightech laboratorium in hetzelfde gebouw als de restauratiestudio’s en onderzoekslaboratoria van het Rijksmuseum in Amsterdam. Ook de opleiding Conservering en restauratie van de Universiteit van Amsterdam bevindt zich hier. “We doen onderzoek aan het nationaal cultureel erfgoed: van kunst en design tot (natuur)historische collecties, archeologische voorwerpen, monumenten, interieurs, archieven en mobiel erfgoed. We brengen de status in kaart, bekijken welke verouderingsprocessen er spelen en adviseren over de conservering.”

Liefde voor materiaal

Het Rijkserfgoedlaboratorium beantwoordt vragen als: ‘Zat er gif in de verf waarmee deze jurk gekleurd is?’ (Antwoord: Ja) of: ‘Wat voor ‘sneeuw’ zit er op deze maquette uit 1914?’ (Antwoord: Metaalzout uit het cement waar de huisjes van zijn gemaakt). Het soms intensieve speurwerk werpt licht op de herkomst en de geschiedenis van materialen en objecten, en kan helpen de toekomst veilig te stellen. Ineke Joosten zelf is geochemicus. Via archeologisch onderzoek naar de technologie van de vroeg-historische ijzerproductie in Midden en Oost-Nederland kwam ze bij het Rijkserfgoedlaboratorium terecht. “Je moet vasthoudend zijn, een brede belangstelling hebben en liefde voor het materiaal om hier te werken”, zegt ze. “En je moet goed samen kunnen werken met restauratoren en kunsthistorici.

Zat er gif in de verf waarmee deze jurk gekleurd is?
Ineke Joosten

Vaak bestuderen we de uitkomsten van de scanning elektronenmicroscoop (SEM) of de Py-GCMS samen. Door de kennis van het materiaal samen te brengen met de kennis van de context kun je ingewikkelde vragen oplossen. Of niet, want niet al ons onderzoek levert de informatie op waar we op zoek naar zijn. Ons werk kán ook heel frustrerend zijn. Als je bijvoorbeeld niet kunt achterhalen waar dat rare waas op een schilderij vandaan komt, wát je ook probeert...”

7e-eeuwse toetssteen

Sinds kort heeft Joosten een nieuwe scanning elektronenmicroscoop tot haar beschikking, de JSM-IT700HR SEM, en een Cryo Cross section Polisher, de IB-19520CCP, beide geleverd door JEOL (zie kader). De SEM is een krachtige en gebruiksvriendelijke microscoop en met de CCP zijn mooie, volledig gave dwarsdoorsnedes van preparaten te maken. De standaardpreparatie, middels slijpen en polijsten, is voor de SEM soms niet glad genoeg. “We zijn de mogelijkheden nog aan het verkennen en hebben nog niet alle toepassingen onder de knie, maar al wel mooi onderzoek gedaan”, zegt Joosten. Ze geeft een voorbeeld van de SEM.

De vraag van de conservatoren was waar het goud van de Gouden koets vandaan kwam
Ineke Joosten

“Onlangs is in Utrecht een toetssteen uit de vroege middeleeuwen gevonden. Zo’n steen gebruik je om het gehalte aan goud of zilver te bepalen. Je zet een toetsstreek op de toetssteen met het te toetsen object, de ‘object-streek’, en vergelijkt deze met een streek van een toetsnaald met bekende samenstelling. De vraag was nu of er goud zat op de gevonden toetssteen en, zo ja, wat de chemische samenstelling (of legering) van dat goud was. Ook wilden de conservatoren graag weten of er verschillende objecten zijn getoetst met deze toetssteen. Dat zijn niet per se heel makkelijke vragen bij een vondst uit de zevende eeuw na Christus. Met een stereomicroscoop kun je zien dat er heel veel kleine deeltjes goud op de steen zitten. Met de SEM kun je deeltjes vanaf een paar micrometer analyseren. Wij hebben ons beperkt tot alle deeltjes met een oppervlakte van >200 micrometer, omdat de analyse anders veel te lang zou duren. Wat bleek: er waren wel tien verschillende legeringen aanwezig!” Bij de opgraving waar de toetssteen werd gevonden, zijn ook munten gevonden. Inmiddels is het laboratorium bezig te kijken of deze specifieke munten getoetst zijn met deze toetssteen. “Dan heb je een mooi rond verhaal voor in je museum.”

Gouden Koets

Behalve onderzoek naar de herkomst en het gebruik, komen ook conserveringsvragen op het bureau van Joosten terecht. “Zo kwam er vraag over een lacune in de verf op een schilderijtje op koper. We hebben een heel klein monstertje genomen van de verflaag, dat ingebed in kunsthars en geslepen zodat we een mooie dwarsdoorsnede kregen. Dat konden we analyseren met de SEM. In de onderste laag vonden we koperchloride, die er mogelijk voor zorgde dat de verf afbladderde. Deze kennis is waardevol als je besluit hoe je het schilderij gaat restaureren en conserveren.

Ook bijzonder is het onderzoek naar de vergulding van de Gouden Koets waar het Rijkserfgoedlaboratorium mee bezig is. “Binnenkort (momenteel, red.) is er een tentoonstelling in het Amsterdam Museum over de Gouden Koets. Dan wil je natuurlijk graag zoveel mogelijk weten over zo'n bijzonder object. De vraag van de conservatoren was waar het goud van de vergulding vandaan kwam. Die goudlaag was echt héél erg dun, minder dan een µ. We hebben een dwarsdoorsnede genomen en die gepolijst met de cross section polisher".

Materiaalveranderingen op het verfoppervlak door lasers bestuderen. Met deze SEM kan dat
Ineke Joosten

"De verguldingslaag hadden we nooit zo mooi zichtbaar kunnen maken met de conventionele polijstmethode met draaischijven, omdat goud heel erg zacht is en het makkelijk kan versmeren. Maar nu konden we de dikte van de vergulding goed meten en bepalen of we met de originele vergulding te maken hebben. De volgende stap is om samen met het isotopenlaboratorium van de Vrije Universiteit de lood isotopenratio’s en de chemische samenstelling van het originele bladgoud te meten en de resultaten te vergelijken met die van goud uit Suriname en Zuid-Afrika.”

Nieuwe mogelijkheden

De investering in deze apparatuur biedt nieuwe opties. “We hebben de SEM nog maar net, dus we zijn de mogelijkheden nog aan het verkennen. Zo willen we in de toekomst ook dwarsdoorsnedes van papiermonsters maken om het effect van conserveringsbehandelingen te onderzoeken. Ook willen we eventuele materiaalveranderingen op en in het verfoppervlak door het gebruik van lasers bestuderen. Met deze SEM kan dat.”

RijkserfgoedlaboratoriumSEMMateriaalonderzoek