Bronson Incubator Services introduceert een nieuwe poederafzuigkast — speciaal ontworpen voor het veilig werken met carcinogene, mutagene en reproductie-toxische (CMR)-stoffen — die labmedewerkers wél de vereiste bescherming biedt. Dankzij een bag-in-bag-out-systeem kan de wisseling van HEPA-filters voortaan absoluut veilig en zonder contaminatiegevaar voor het laboratorium verlopen. Zo komen er geen gevaarlijke deeltjes, zoals cytostatica-partikels, meer vrij bij servicing. Een verzwaard werkblad maakt deze poederafzuigkast van Cruma geschikt voor het plaatsen van analytische balansen. Met deze veiligheidsvoorziening voldoen laboratoria volledig aan de diverse vereisten voor het veilig werken met CMR’s, ook in de toekomst — mochten de eisen verzwaard worden. De Arbowet eist beschermende maatregelen voor werknemers tegen blootstelling aan CMR’s op de werkplek. In de Europese Unie is daarom de verplichte gevaarsindeling, etikettering en verpakking (CLP: Classification, Labelling and Packaging) van ongeveer 4.000 stoffen wettelijk vastgelegd, waaronder die van CMR-stoffen. De criteria voor deze indeling zijn geharmoniseerd met het wereldwijde systeem van de Verenigde Naties. De indeling van CMR-stoffen is veelal wettelijk bepaald of wordt gedaan door de producent of importeur van een stof, of door wetenschappelijke comités. De harmonisatie is echter nog niet voltooid, er bestaan verschillende (internationale) lijsten. Hiervan zijn sommige wettelijk bindend en andere niet. Wat al deze lijsten gemeen hebben is dat ze met regelmaat aangepast en/of bijgesteld worden en dat men ze als onvolledig moet beschouwen. Voor mengsels van stoffen geldt overigens in alle gevallen het principe van zelfclassificatie. Er bestaat namelijk geen (Europese) lijst van verplichte indelingen van mengsels. Alleen al hierom vraagt het werken met CMR-stoffen op het lab om extra aandacht. Nog steeds wordt er op veel plaatsen gewerkt in een poederafzuigkast met een inwaartse afzuiging, die weliswaar de medewerker beschermt tegen blootstelling aan CMR’s, maar het product en de binnenruimte van de kast zelf niet. Gevaarlijke stoffen waarmee gewerkt wordt, gaan aan de HEPA-filters zitten, en kunnen alsnog vrijkomen bij de filtervervanging. Bij servicing kunnen de met CMR’s verzadigde filters zowel het interieur van de kast als de laboratoriumzaal zelf contamineren. Het is de vraag of dit nog wel aanvaardbaar is in deze tijd waarin veiligheid topprioriteit geniet in de laboratoria. Een en ander strookt in elk geval niet met de DIN-12980:2017, de norm voor het werken met cytostatica. Hierin staat o.a. vermeld: ‘Het ontwerp van een veiligheidskast moet garant staan voor een partikelarme (HEPA)filter-vervanging.’ Daar zal nu in de praktijk niet altijd sprake van zijn met alle risico’s van dien voor de gezondheid van labmedewerkers en onderhoudspersoneel.