Deze internationale standaard koppelt elke test aan een unieke code met vaste betekenis, zodat zorgverleners direct herkennen welk onderzoek plaatsvond en hoe de uitslag gelezen moet worden, ongeacht herkomst van de data.

De huidige praktijk kent variatie in registratie en uitwisseling van laboratoriumgegevens. Verschillen in terminologie en structuur leiden tot interpretatieverschillen, extra handmatig werk en beperkte mogelijkheden voor hergebruik van data.

Tijdens het Standaardisatiecongres in Bussum ontving het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport het LOINC-implementatieadvies. Dit advies beschrijft een gefaseerde invoering via de Nederlandse Labcodeset, waarin nationale afspraken aansluiten op de internationale standaard. De aanpak richt zich op harmonisatie van coderingen en integratie in bestaande informatiesystemen.

Patiënten profiteren, omdat onderzoek minder vaak over moet, aangezien eerdere resultaten beter beschikbaar en bruikbaar blijven. Voor onderzoek en beleid ontstaat een dataset met vergelijkbare en herbruikbare gegevens, geschikt voor analyse en besluitvorming op grotere schaal.