Werk je internationaal, denk aan je taal - Labinsights

Werk je internationaal, denk aan je taal

icon.highlightedarticle.dark Management
23 januari 2026
Bas van Driel

Bas van Driel

Wie lang genoeg in internationale organisaties rondloopt, merkt pas echt hoe Nederlands we zijn. Niet aan onze fietsen of onze boterhammen met kaas, maar aan onze humor. Wij prikken. We gebruiken grapjes om de sfeer te peilen, hiërarchie af te vlakken en te testen of iemand tegen een stootje kan.

In Nederland werkt dat prima. Een luchtige opmerking over de planning of een quasi-sarcastische sneer naar de baas hoort bij de cultuur. Humor is hier een teken van gelijkwaardigheid: we nemen elkaar serieus genoeg om elkaar een beetje te plagen. Wie meedoet, hoort erbij. Wie het niet snapt, valt buiten de boot – al is dat zelden kwaad bedoeld.

Maar in een internationale omgeving ligt dat anders. Daar is humor geen neutraal terrein, maar een mijnenveld. Wat voor ons klinkt als relativering, klinkt voor een Duitser als disrespect, voor een Fransman als onbeleefdheid en voor een Amerikaan als een mogelijke HR-zaak. Onze onderkoelde ironie, bedoeld om de spanning te breken, kan die spanning juist verhogen. Ik heb het vaak zien gebeuren: een Nederlandse grap, bedoeld om te ontladen, gevolgd door een ongemakkelijke stilte. Wij horen luchtigheid, de rest hoort twijfel: meen je dit nou echt? En als je dat moet uitleggen, is de magie verdwenen. Humor is bij uitstek iets cultureels. In Nederland is ze een sociaal smeermiddel – ze houdt de boel vlak, gezellig en hanteerbaar. Buiten Nederland kan ze juist afstand scheppen, zeker als de ondertoon niet begrepen wordt.

“Duitsers en Nederlanders sluiten een vergadering graag af met een gezamenlijke actielijst”

Een vergelijkbare culturele botsing zie je bij iets schijnbaar eenvoudigs als vergaderen. Duitsers en Nederlanders sluiten een vergadering graag af met een gezamenlijke actielijst: helder, concreet, en liefst voorzien van initialen en deadlines. In België ligt dat anders. Niet omdat men daar geen actie onderneemt, maar omdat de weg ernaartoe belangrijker is dan het vinkje eronder. Waar wij denken in taken, denken zij in draagvlak. Het verschil lijkt klein, maar bepaalt vaak het succes van de samenwerking.

Ook in laboratoria, waar internationale samenwerking steeds gewoner wordt, is dat verschil voelbaar.

“Your jokes are fine, as long as you tell them in Dutch”

Een grap over een vertraagde analyse kan in Nederland luchtig zijn, in Duitsland beledigend. Een open discussie over fouten is voor Nederlanders normaal, maar kan voor een Belgische collega te confronterend zijn. En een e-mail vol vriendelijke please’s uit Engeland of Australië voelt voor ons overdreven, maar is daar simpelweg beleefd.

Humor en communicatie volgen elk hun eigen culturele logica. Wat in het ene land verbinding schept, kan elders spanning oproepen. Daarom is humor in internationale samenwerking geen vanzelfsprekendheid maar een risico. Humor vraagt timing, context en vooral besef van hoe snel een grap cultureel afhankelijk is. Of zoals een Britse collega ooit zei:

“Your jokes are fine, as long as you tell them in Dutch.”

De kern is misschien dit: Nederlandse humor is niet superieur, alleen specifieker. Ze past bij onze vlakke verhoudingen en ons geloof in gelijkwaardigheid. Zodra die context verandert, verandert ook de betekenis. Wie internationaal werkt, leert dat relativering soms begint met het besef dat niet iedereen onze ironie als relativering herkent.

Bas van Driel adviseert de redactie van LABinsights

Bas van Driel over:

Hoe verduurzaam je jouw laboratorium?

PFAS, een ‘nieuwe’ bedreiging?

Voedselschandaal met ethyleenoxyde geeft stof tot nadenken

Whole Genome Sequencing ook in food labs?

Blijf op de hoogte en mis geen artikel

Abonneren icon.arrow--dark