De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) moet de wettelijk vastgestelde ISO-meetmethode blijven gebruiken bij het toezicht op de maximale hoeveelheden teer, nicotine en koolmonoxide in de rook van sigaretten. Dit meldt de NVWA in antwoord op een handhavingsverzoek, waarin de NVWA opgeroepen wordt een andere meetmethode te gebruiken en vervolgens alle sigaretten uit de handel te halen die de maximumwaarden overschrijden. De NVWA laat het RIVM jaarlijks ongeveer 100 soorten sigaretten onderzoeken op basis van de ISO-meetmethode om te kijken of de rook van deze sigaretten niet te veel schadelijke stoffen bevat. Sinds 2014 is het 3x voorgekomen dat de rook van sigaretten te veel schadelijke stoffen bevatte. Hier heeft de NVWA tegen opgetreden. In het handhavingsverzoek werd ervoor gepleit dat de NVWA voortaan handhaaft op basis van de zogenoemde Canadian Intense (CI) methode. Die geeft een realistischer beeld van de hoeveelheid giftige stoffen die rokers inademen bij het roken van een sigaret. In de Tabaks- en rookwarenwet, waarin de Europese tabaksproductenrichtlijn (2014/40/EU) is geïmplementeerd, is echter vastgelegd dat de NVWA bij het toezicht op de samenstelling van sigarettenrook gebruik moet maken van de ISO-meetmethode. De NVWA kan dus pas een andere meetmethode gebruiken als de wet op dit punt is aangepast. Het ministerie van VWS heeft al eerder aangegeven te pleiten voor aanpassing van deze Europese regels, omdat met de huidige methode sigaretten minder schadelijk blijken dan ze bij inhalatie zouden zijn.