Het Radboudumc bestudeert de aanwezigheid van antistoffen tegen het coronavirus in neusvocht onder vijftig gezinnen. Uit dit onderzoek moet blijken of er zich na een milde infectie antistoffen bevinden in het neusvocht. Het onderzoek richt zich op onder meer kinderen en hun ouders van medewerkers van Radboudumc. Juist ook kinderen, omdat die bij COVID-19-infecties vaak slechts (zeer) milde klachten ontwikkelen. De studie moet extra info geven over het optreden van groepsimmuniteit onder de bevolking en vult lopend RIVM-onderzoek aan. Bekend is dat mensen die hersteld zijn van een ernstige coronavirus infectie hoge concentraties antistoffen in het bloed hebben die ook meetbaar zijn. Uit eerder onderzoek met andere luchtweginfecties is bekend dat milde infecties of infecties die zonder symptomen verlopen soms wel antistoffen kunnen opwekken in de bovenste luchtwegen, maar niet in het bloed. Het is onbekend of dit ook geldt voor het nieuwe coronavirus en hierover willen onderzoekers Dimitri Diavatopoulos en Marien de Jonge van Radboudumc meer duidelijkheid verschaffen. Het klinisch onderzoek naar COVID-19 heeft plaats binnen vijftig gezinnen. Primaire vraag bij de MuCo-studie is of er na een milde infectie of blootstelling aan het virus antistoffen gemeten kunnen worden in neusvocht. In samenwerking met de Universiteit Utrecht wordt onderzocht of deze antistoffen de infectie van het virus kunnen remmen: zogenaamde ‘virus-neutralisatie’. De eerste resultaten worden over een aantal maanden verwacht.