Het is, volgens het GGO handboek, vereist om een spoelunit dichtbij de uitgang van een ML-II laboratorium-werkruimte te hebben. Op de unit dient zich een elleboog-bedienbare mengkraan en zeepdispenser te bevinden. We denken dat de tijd van grote kopspoelunits, met vaak 2 bakken en grote vlakken ernaast waar glaswerk kan uitlekken, inmiddels tot de historie behoort. Bij L3Q zien we liever compacte units van 90 cm breed met op de achterliggende spatplaat, naast de verplichte mengkraan en zeepdispenser, ook een oogdouche, een demiwaterkraan, een afdruiprek en een papierdispenser. De appendages van de kranen en de oogdouche komen uit de spatplaat zodat het blad eenvoudig reinigbaar blijft. Als blad- en bakmateriaal opteren we voor Steinzeug met een 7 mm waterkering rondom. Het transparante spatscherm op de zijkant van het blad voorkomt spatten op de werkplek ernaast. Om hygiënische redenen dient de bak geen geïntegreerde overloop te hebben. Een standpijp en een zeefje is voldoende. Een bak van 500 x 400 x 250 mm (lxbxd) is een praktische maat. Indien u veel “gevoelig glaswerk” spoelt is, polypropyleen zeker een goed alternatief. Het is veel zachter dan Steinzeug. De onderbouw leent zich voor de inbouw van een eventuele boiler of doorstroomverwarmer alsook voor een afvalbak voor de papieren handdoeken. Let u erop dat de sokkel van het meubel in watervast (liefst HPL-compact) materiaal wordt uitgevoerd. Daar de spoelunit een spatplaat op de achterzijde heeft, ontstaat er een soort koof of schacht achter het meubel. Die schacht leent zich erg goed om kabel- en leidingwerk in het meubel te laten zakken. Niet alleen voor de unit zelf maar ook voor de gehele meubelstrook waarin zich de spoelunit begeeft. Nog even een extra tip; plaats de spoelunit naast de labjassenkast. Dan kan de laborant na het uit- of aandoen van zijn labjas, zijn handen direct wassen en hoeft niet nog door het lab te lopen zonder beschermende kleding. Peter van Heesewijk – Laboratoriumadvies & ontwerp -L3Q -