Veiligheid voor alles in deze coronatijden op het laboratorium. Kantoren ogen leeg, kwaliteitsmanagers werken veel vanuit huis en de labs zelf draaien op minimale bezetting. Hoe zorg je in zo’n situatie voor voortdurende kwaliteitsborging? Want ook dat moet doorgaan. Paragraaf 7.7 van 17025 noemt niet voor niets een heleboel zaken die met het borgen van de kwaliteit te maken hebben. In de hoop dat er geen gekke dingen gebeuren, kiest menig lab puur voor analysegerichte controles, zoals bijvoorbeeld het meenemen van standaarden en referentiemonsters, en enkel de noodzakelijke kalibraties. Extra werk moet voorkomen worden. Met de minimale bezetting op het lab werden de interne audits doorgeschoven. Uitzoekwerk idem dito; qua corrigerende maatregelen moet er gewacht worden tot de bezetting weer op niveau is. Hetzelfde geldt voor het herschrijven van procedures en/of werkvoorschriften. Best opmerkelijk: er blijkt na een inzinking weer oog te zijn voor het volgen van een training – dat is positief. Langzaam komt het opleidingsaspect weer tot leven. Een stukje opleiding of begeleiding is toch wel prettig of zelfs noodzakelijk. Zoals zo vaak kom je daar pas achter als het niet meer aanwezig is. Corona levert ook nieuwe inzichten op. Denk aan de voordelen van vaker thuis werken en minder, maar wel effectiever vergaderen zonder reistijd. Dat geeft rust. Het zou mooi zijn die verworvenheden vast te houden als de boel weer genormaliseerd is. Zelfs voor analisten zijn er werkzaamheden te bedenken die je vanuit huis kunt doen, zoals het schrijven van documenten. Kortom, laat corona je niet gijzelen, maar grijp de situatie aan om de bakens te verzetten. Op allerlei fronten levert dat op termijn kwaliteitswinst op en maakt dat het werk efficiënter.