De Universiteit Gent, het UZ Gent en het AZ Jan Palfijn Gent gaan onderzoeken of er een verband is tussen te weinig selenium in het bloed en het verloop van een COVID-19-infectie. De onderzoekers gaan de seleniumstatus in het bloed van COVID-19 patiënten meten. Het is uit algemene literatuur bekend dat er een verband is tussen het seleniumgehalte van patiënten en virusinfecties, onder meer bij Ebola. Ook bij de behandeling van COVID-19 zou selenium een rol kunnen spelen. Zo bleek uit recent onderzoek uit China dat het seleniumbevattende ebselen in labculturen de beste antivirale werking vertoonde tegen COVID-19. Selenium is een essentieel sporenelement met een beschermend effect. Het zit in een reeks van enzymen die onder andere betrokken zijn bij de werking van het immuunsysteem. De enzymen zijn ook antioxidanten: ze vangen chemische stoffen op die schade veroorzaken aan weefsels en aan het genetisch materiaal, bijvoorbeeld bij ontstekingen na virale infecties. In West-Europa werden bij ouderen, mensen met obesitas en mensen met een verzwakt immuunsysteem al seleniumtekorten vastgesteld. Met het onderzoek wil het team ook bijdragen aan de verdere ontwikkeling van een test die de seleniumstatus direct kan meten met één druppel bloed uit de vinger. Dat zou thuis, in woonzorgcentra of tijdens therapie mogelijk moeten worden. Dit is ook van belang omdat zomaar selenium toedienen schadelijk kan zijn, te veel is zeker niet gezond. Het onderzoeksteam bestaat uit prof. Gijs Du Laing (coördinator) en prof. Carl Lachat (beiden UGent, faculteit Bio-ingenieurswetenschappen), prof. Sarah De Saeger en dr. Marthe De Boevre (UGent, faculteit Farmaceutische Wetenschappen), prof. Mirko Petrovic (UZ Gent en UGent, faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen) en dr. Louis Ide (AZ Jan Palfijn Gent).