Wie door een laboratorium loopt, ziet vooral werkplekken, apparatuur en technische voorzieningen. Wat veel minder zichtbaar is, is de infrastructuur die daarachter schuilgaat. Boven plafonds, in technische ruimten en vooral in de schachten komt een groot deel van de techniek samen.
Juist die schachten zijn bepalend voor de mogelijkheden van een laboratorium. Luchtkanalen, leidingen, kabels en andere voorzieningen moeten allemaal een plek krijgen. Tegelijkertijd moet er voldoende capaciteit overblijven voor toekomstige uitbreidingen. Een schacht ontwerpen is daarmee veel meer dan zorgen dat alles er vandaag in past.
Bij de engineering van een laboratorium ontstaat al snel een spanningsveld. Aan de ene kant wil je de technische infrastructuur zo compact mogelijk maken. Aan de andere kant wil je voldoende capaciteit en ruimte behouden voor toekomstige ontwikkelingen.
Vooral laboratoria hebben daarbij een relatief grote behoefte aan ventilatie. De omvang van luchtkanalen kan daardoor aanzienlijk zijn. Als een verdieping een hoge luchtbehoefte heeft, kan het interessant zijn om deze zo dicht mogelijk bij de luchtbehandelingskast te positioneren. Daarmee kan ruimte in de schacht worden bespaard voor de verdiepingen die daaronder liggen.
Bij het OLVG LAB is dit soort afwegingen nadrukkelijk meegenomen in het ontwerp. Het gebouw werd verdeeld over twee klimaatschachten: één voor de kantoren en één voor de laboratoria. Daarbij werd ook rekening gehouden met de mogelijkheid om een deel van het systeem tijdelijk buiten bedrijf te stellen.
Een veelgemaakte denkfout is dat een installatie vooral precies moet voldoen aan de huidige behoefte. Maar een laboratorium dat vandaag optimaal functioneert, kan over enkele jaren alweer een andere technische vraag hebben.
Nieuwe apparatuur kan extra vermogen vragen. Een onderzoeksruimte kan een andere functie krijgen. Een proces kan meer ventilatie of afzuiging nodig hebben.
Daarom is het verstandig om in de technische infrastructuur voldoende reservecapaciteit op te nemen. Niet onbeperkt – ruimte en investeringskosten blijven natuurlijk belangrijke factoren – maar wel bewust.
Het gaat daarbij om de juiste balans tussen wat vandaag noodzakelijk is en wat morgen mogelijk moet zijn.
De technische schacht is bovendien lastig achteraf aan te passen. Zodra een gebouw is gerealiseerd, zijn uitbreidingen vaak ingewikkelder, duurder en ingrijpender.
Daarom moet de vraag naar toekomstige flexibiliteit al tijdens de engineering worden gesteld. Welke installaties zijn straks mogelijk nodig? Hoeveel capaciteit is daarvoor nodig? Waar moeten uitbreidingen kunnen plaatsvinden? En zijn de installaties later nog bereikbaar voor onderhoud?
Volgens ULC is vooral ook die laatste vraag belangrijk. Een installatie die technisch perfect functioneert maar nauwelijks bereikbaar is, kan in de gebruiksfase voor problemen zorgen.
Een goede technische schacht levert daarom meer op dan alleen ruimte voor installaties. Het is een investering in de flexibiliteit en bedrijfszekerheid van het laboratorium.
De kunst zit volgens ULC in het vinden van het juiste evenwicht. Niet alles hoeft groter te worden uitgevoerd, maar de infrastructuur moet wel voldoende mogelijkheden bieden om mee te bewegen met het gebruik van het gebouw.
Meer informatie?