Een laboratorium ontwerpen begint niet bij de keuze voor een luchtbehandelingskast, verdeelkast of klimaatinstallatie. De eerste vraag is veel eenvoudiger: wat gaat er in het laboratorium gebeuren?
Dat klinkt vanzelfsprekend, maar juist daar ligt een belangrijke basis voor een goed ontwerp. Laboratoria zijn geen statische werkomgevingen. Onderzoeksprocessen veranderen, apparatuur wordt vervangen of uitgebreid en ruimtes kunnen in de loop van de tijd een andere functie krijgen. De technische installaties moeten daarom niet alleen aansluiten bij het huidige gebruik, maar ook voldoende ruimte bieden voor wat er later kan veranderen.
Een goede engineering begint bij ULC bij het begrijpen van de gebruikers. Welke werkzaamheden vinden plaats in een ruimte? Met welke apparatuur wordt gewerkt? Is er sprake van zuurkasten, cleanrooms of processen die 24/7 doorgaan? Welke eisen gelden voor temperatuur, ventilatie, luchtkwaliteit en elektrische capaciteit?
Pas wanneer deze vragen duidelijk zijn, kan worden bepaald wat de technische installatie moet kunnen.
“Je moet eerst weten wat er in een ruimte gebeurt en welke eisen dat stelt aan de installaties”, vertelt Kevin Verwoert, engineer werktuigbouwkunde bij ULC Installatietechniek. “Alleen dan ontstaat een gebouw dat niet alleen vandaag goed functioneert, maar ook voorbereid is op toekomstige veranderingen.”
Dat betekent dat een engineer niet alleen naar een technische ruimte of installatie kijkt, maar naar het totale proces. De installatie is uiteindelijk ondersteunend aan het werk dat in het laboratorium wordt uitgevoerd.
Een van de grootste uitdagingen bij laboratoriumbouw is dat het ontwerp vaak al jaren vooruit moet kijken, terwijl nog niet alles bekend is. Welke apparatuur wordt over vijf of tien jaar gebruikt? Hoe verandert het onderzoeksproces? Komen er nieuwe technieken bij?
Juist daarom is flexibiliteit belangrijk.
Bij het OLVG LAB is bijvoorbeeld gekozen voor een modulaire installatietechnische inrichting van meerdere verdiepingen. De verdiepingen zijn op dezelfde manier ingericht, waardoor wijzigingen in de laboratoriumindeling eenvoudiger kunnen worden opgevangen. Ook de elektrische energievoorziening is modulair uitgevoerd met spanningsrails en verplaatsbare aftakkasten.
Daarmee wordt flexibiliteit niet alleen een wens op papier, maar een concrete eigenschap van het gebouw.
Een laboratorium bestaat bovendien uit veel technische disciplines die elkaar beïnvloeden. Elektrotechniek, werktuigbouwkunde, ventilatie, klimaat, data en de wensen van de gebruiker moeten allemaal samenkomen in dezelfde ruimte.
Dat vraagt om integrale engineering.
Door de verschillende disciplines al vroeg samen te brengen, kunnen keuzes op elkaar worden afgestemd. In 3D kunnen installaties vervolgens gezamenlijk worden bekeken en kunnen mogelijke conflicten tussen bijvoorbeeld luchtkanalen en elektrotechnische voorzieningen al vóór de uitvoering worden opgelost.
Die voorbereiding lijkt misschien vooral een technische exercitie, maar heeft uiteindelijk een praktisch doel: voorkomen dat keuzes later opnieuw moeten worden gemaakt.
Volgens ULC is daarom vooral de beginfase van een laboratoriumproject bepalend. Hoe eerder duidelijk is hoe ruimtes worden gebruikt, welke apparatuur nodig is en welke toekomstige ontwikkelingen worden verwacht, hoe beter de technische infrastructuur daarop kan worden ingericht.
Een toekomstbestendig laboratorium begint daarmee misschien wel helemaal niet bij de techniek. Het begint bij het stellen van de juiste vragen.
Meer informatie?