Een ideale stent die een ziek bloedvat herstelt zonder chirurgisch ingrijpen: het kan én het zit er aan te komen. Het komt uit de koker van biomedisch technnologiebedrijf STENTiT.

Redactie: Marjan Hammink | Fotografie: Marco Vellinga

In Eindhoven wordt er hard gewerkt aan nieuwe generatie regeneratieve stents, die het leven van miljoenen patiënten gaat redden. Pas zo’n 5 jaar geleden werd STENTiT mede door CEO Bart Sanders opgericht. Afkomstig van de vakgroep biomedische technologie van de TU Eindhoven heeft de spin-off zeer recent onderdak gekregen op de locatie Mμ van het bedrijfsverzamelgebouw van Twice.

Tweaken

Terwijl Sanders meewerkte aan een project om hartkleppen te maken van poreuze structuren, in staat om mee te groeien met het lichaam [zie ook LABinsights 5, 2020, pagina 18, red.], ontstond het idee om deze structuren verder aan te passen zodat ze als een stent kunnen fungeren. Sanders: “Het was een hele mooie technologie waar we mee aan het werk waren, misschien zou er met een andere insteek ook een ander product van te maken zijn. Vanuit die gedachte zijn we gaan tweaken, en daar is toen geheel vanuit engineeringsperspectief het stent-concept uitgerold.”

Aanzwengelen

“Er zit geen medicatie in het materiaal. Het biologisch afbreekbare, poreuze materiaal biedt de mogelijkheid om in het lichaam een natuurlijke herstelreactie op gang te brengen. Het is puur de structuur van de nanovezels die het lichaam en het immuunsysteem aanzet om het regeneratieproces aan te zwengelen en een bloedvat opnieuw op te bouwen. In de structuur zit een bepaalde sweet spot en die moet je gecontroleerd kunnen maken, dat luistert heel nauw,” verduidelijkt Sanders. “Het materiaal waar we mee werken is eigenlijk niet eens zo bijzonder, want het wordt al decennialang in klinische toepassingen gebruikt voor andere applicaties. Het is bekend dat het veilig is en dat het ook veilig oplost in het lichaam.”

Balans

Met die optimalisatie van de materiaalstructuur zit het zo: het stent-materiaal moet een dusdanige poriegrootte hebben dat lichaamscellen zich erin kunnen nestelen. De bloedcellen van de patiënt herkennen de structuur, waarna het een wisselwerking aangaat met de bloedcellen. Daarbij geldt dat grotere vezels anders reageren in het lichaam dan kleinere. Die mogen niet te dik zijn, want dan kan het lichaam het niet opruimen. Anderzijds mogen ze ook niet te dun zijn, want dan breekt het te snel af. “Zo zijn er verschillende balansen die je in stand moet houden. De stent moet via een ballonkatheter ingebracht worden om een vernauwd bloedvat open te houden. Daarom is het wel van belang dat die gedurende een lange periode ook voldoende kracht geeft om dat bloedvat te ondersteunen. Anders stort het bloedvat weer in elkaar en zit hij weer dicht,” legt Sanders uit. Aan de binnenkant van de ader wordt vervolgens een nieuw bloedvat gebouwd, waarna het implantaat veilig oplost in het lichaam.

Vervolgstappen

Over lichaam gesproken: “We hebben momenteel langetermijndata beschikbaar. De testen die daarvoor nodig waren, zagen er goed uit: er werd nieuw weefsel aangemaakt en binnen afzienbare tijd werd het geïmplanteerde materiaal afgebroken,” weet Sanders.

Het is nu zaak om te standaardiseren
Bart Sanders, CEO van STENTiT

“Het is nu zaak om te standaardiseren en met leveranciers het device onder gecontroleerde condities te laten produceren. Want ja, dat moet allemaal in cleanrooms gebeuren en er moeten allerlei protocollen onder liggen.” Als de standaardisatiefase is afgerond is de vervolgstap voor STENTiT om binnen een paar jaar te gaan starten met de eerste klinische studies.

Productie

Voor het product werkt STENTiT samen met het Nederlandse bedrijf Vivolta, gespecialiseerd in het produceren van nanovezels en wereldwijd één van de grootste spelers op dat gebied. “We werkten al een tijd samen met deze partij, die aansluit bij onze conceptueel volstrekt andere benadering om stents te produceren. Wat zij kunnen is materialen zó gecontroleerd processen, dat je daar een hele reproduceerbare poreuze structuur van nanovezels van kan maken, daar zit hem de crux in,” vertelt Sanders. “Als je dat proces goed kan controleren en je kan vanuit die basismaterialen met zo’n geavanceerde processingtechniek dit soort devices maken en productie ook schaalbaar krijgen, dan kunnen we de regeneratieve stent uiteindelijk ook echt bij de patiënt krijgen.

________________________________________________

Over TWICE

TWICE stimuleert de ontwikkeling van jonge en groeiende innovatieve hightechbedrijven door het bieden van professionele bedrijfshuisvesting, hoogwaardige infrastructurele voorzieningen en services. Binnen TWICE zijn ongeveer 140 innovatieve bedrijven gevestigd in kleinschalige kantoorruimten en/of ingerichte laboratoria in een van de zes thematische hubs op twee hightech hotspots in de Brainport-regio; TU/e Campus en High Tech Campus Eindhoven. De zes formules zijn: Twinning (ICT, (embedded) software en elektronica), Catalyst (electrotechniek, werktuigbouw en (bio)chemie), Alpha (start-up hub) ßeta (hightech R&D), Mμ (lifetech en new energy) en Workplace Vitality hub (WPVH). Als hightechondernemer ben je op deze hotspots verzekerd van de beste ruimten, voorzieningen en services. TWICE is op weg om in 2022 in de Brainportregio uit te groeien tot de grootste community gericht op groeiversnelling. Ze biedt de ondernemer naast een groot netwerk van adviseurs en investeerders, onder meer kennis en tools, events en borrels, ondersteuning in marketingcommunicatie en niet onbelangrijk… een prettige sfeer. TWICE is een publiek-private samenwerking met als aandeelhouders: Brabantse Ontwikkelings Maatschappij (BOM), Brainport Development, Gemeente Eindhoven, Rabobank Eindhoven-Veldhoven en Technische Universiteit Eindhoven (TU/e).

Meer op www.twice.nl
startup