De vernieuwde voedingsvezel-analyse, AOAC Standard Method 2017.16/ICC Standard 185, ontwikkeld door het Eurofins Expertise Centre for Complex Carbohhydrates & Chemistry (CCC), is voorgedragen als wereldwijde norm voor het analyseren van klassieke én complexe voedingsvezels. Het Codex Committee on Methods of Analysis and Sampling heeft de voedingsvezel-analyse onlangs op de officiële agenda geplaatst van de internationale Codex Alimentarius Commission, die daarover zal besluiten. Deze commissie streeft naar een wereldwijde consensus over het aantal voedingsvezels in producten voor een eenduidige labels en transparante handel. Producenten van levensmiddelen mogen de claims ‘bron van vezels’ en ‘vezelrijk’ voeren als het product aantoonbaar voldoende vezels bevat. Tot op heden varieert de informatie op labels vanwege de complexiteit van het meten van vezels, het gebruiken van verschillende meetmethoden en de verschillen in internationale regelgeving. Hoeveelheid voedingsvezels De hoeveelheid voedingsvezels in producten is voor consumenten en inkopers belangrijke informatie. Voedingsvezels zijn niet-verteerbare koolhydraten en hebben een positieve invloed op de spijsvertering. Ze verminderen het risico op diabetes type 2, hart- en vaatziekten en kanker. Als de Codex Alimentarius-commissie de nieuwe Eurofins voedingsvezel-analyse als officiële methode aanwijst, betekent dit dat op korte termijn internationaal de verschillen in analyseresultaten van het aantal voedingsvezels tot het verleden behoren. Claim vezelrijk De voorganger van de nieuwe analysemethode, de AOAC Standard Method 2009.01, kon voor sommige soorten vezels met een laag moleculair gewicht zoals oplosbare maïsvezels en inuline nog niet de volledige informatie bieden. Met de nieuwe methode kan de energetische waarde van een product lager uitvallen en het vezelgehalte juist hoger. Dat is belangrijk voor correcte energiewaarden op het etiket of om de claim 'vezelrijk’ te kunnen voeren. Uit multi-lab-trials blijkt dat AOAC Standard Method 2017.16 een lagere meetonzekerheid heeft en het gehalte aan voedingsvezels nauwkeuriger vaststelt. De nieuwe analyse is op vrijwel alle productgroepen toepasbaar en meet heel nauwkeurig alle voedingsvezels. Advies van Codex Alimentarius De Codex Alimentarius zorgt voor eenduidigheid door middel van een advies dat door lokale en regionale wetgeving veelvuldig wordt overgenomen en zo ook de basis vormt voor wereldwijde regelgeving. Eurofins hanteert de analysemethode ruim zeven maanden als gevalideerde test onder ISO 17025. Nu bekend is geworden dat de vezel-analyse door de Codex Alimentarius waarschijnlijk wordt aangemerkt als de officiële methode, ziet Eurofins dat andere landen de nieuwe methode inmiddels overnemen in hun wetgeving. Eén officiële analysemethode per productgroep De Codex Alimentarius is in 1963 opgericht door de WHO – de Wereldgezondheidsorganisatie en de FAO, de voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties. De organisatie stelt internationale voedselnormen, richtlijnen en gedragscodes op, voor veilige, kwalitatieve en eerlijke internationale voedselhandel en wereldgezondheid. De Codex Alimentarius selecteert één officiële analysemethode per productgroep. Alleen analysemethoden die aan hele hoge eisen voldoen, worden gebruikt als dispuutmethode. Als er discussie ontstaat tussen een inkoper en leverancier over de samenstelling van een product, wordt de officiële Codex-methode wereldwijd geaccepteerd als dé methode.

Geschreven door
VoedingsvezelAOAC Standard Method 2017.16/ICC Standard 185,