Home
BLIJF OP DE HOOGTE
Ontvang onze nieuwsbrief en digitale magazine
Uw adres wordt nooit aan derden doorgegeven.
Lees onze privacyverklaring.

     

ARTIKEL
‘Snel, maar geen ‘CSI’’ Rapid DNA-techniek wacht op juridische hamerslag
Download dit artikel als pdf
Is uw adres bekend, dan wordt de pdf meteen geopend, anders krijgt u een link toegestuurd.
Ook ontvangt u onze volgende nieuwsbrief.

‘Snel, maar geen ‘CSI’’

Rapid DNA-techniek wacht op juridische hamerslag

Naar verwachting komt er binnen afzienbare tijd een techniek beschikbaar waarmee DNA-sporen al binnen twee uur op de plaats delict kunnen worden geanalyseerd. De methode is gevalideerd en de forensische experts zijn er klaar voor. Rapid DNA-techniek maakt het mogelijk al binnen twee uur een DNA-profiel van een spoor op een plaats delict (PD) te analyseren en te vergelijken met de DNA-profielen in de daarvoor ingerichte databank. Dat betekent dat er al op de ‘crime scene’ identificatie-informatie van mogelijke daders beschikbaar komt. De techniek is gevalideerd, zoals voor alle nieuwe forensische DNA-technieken is vereist, alleen het wettelijk kader laat nog op zich wachten
Rapid DNA-techniek maakt het mogelijk al binnen twee uur een DNA-profiel van een spoor op een plaats delict (PD) te analyseren en te vergelijken met de DNA-profielen in de daarvoor ingerichte databank. Dat betekent dat er al op de ‘crime scene’ identificatie-informatie van mogelijke daders beschikbaar komt. De techniek is gevalideerd, zoals voor alle nieuwe forensische DNA-technieken is vereist, alleen het wettelijk kader laat nog op zich wachten. Gouden uren De eerste uren na de ontdekking van een misdrij f worden wel bestempeld als ‘de gouden uren’ van het opsporingsonderzoek. Mobiele DNA-technieken op de PD bieden de mogelij kheid snel tot een DNA-profi el van een spoor te komen. “Snel, maar geen ‘CSI’,” stelt Anna Mapes beslist. Zij promoveerde november 2017 op een onderzoek naar hoe politie en justitie bij opsporing en vervolging optimaal kunnen profi teren van Rapid DNA-technologie. Mapes is verbonden aan de Hogeschool van Amsterdam. Ze is daar projectleider van het programma ‘Local DNA’ waarvan de snelle DNA-analyse deel uitmaakt. Ze combineert deze functie met de rol van forensisch adviseur bij de politie. “De combinatie van die functies vind ik heerlij k; een prima wisselwerking,” aldus Mapes. Piekenpatroon Hoewel het maken van een DNA-profi el in laboratoria tegenwoordig deels geautomatiseerd verloopt, is de techniek zelf niet wezenlij k veranderd. Ook de apparatuur die is ontwikkeld voor snelle DNA-analyse werkt in grote lij nen volgens het principe van monsterextractie, polymerasekettingreactie (PCR) en capillaire elektroforese. Mapes: “De apparatuur voor de Rapid DNA-techniek doet in feite hetzelfde als de laboratoriumapparatuur, alleen wordt de isolatie- en de kwantifi catiestap overgeslagen. De cellen worden langs chemische weg kapot gemaakt, waardoor het DNA vrij komt, en daarna gaat het apparaat direct over op PCR.” De polymerase-kettingreactie zorgt voor de vermeerdering van het in het monster aanwezige DNA, waarna dit wordt gescheiden via capillaire elektroforese. Het piekenpatroon dat aldus ontstaat, is voor iedereen uniek. Vergelij king met de gegevens in de DNA-databank levert de politie bij een match de naam op van een potentiële verdachte. Nadeel daarbij is wel dat in die databank alleen mensen zij n opgenomen die voor een eerdere misdaad zij n veroordeeld tot een gevangenisstraf van minimaal vier jaar. De techniek kent voordelen, maar er zij n ook risico’s aan verbonden. Op elke PD bevinden zich namelij k DNA-sporen van onschuldige mensen. En niet elk monster bevat voldoende DNA, met een vals negatieve uitslag als resultaat. Sporen met weinig DNA zij n sowieso ongeschikt voor de Rapid-techniek, maar de hoeveelheid DNA is nu eenmaal niet met het blote oog te zien. Beslisboom Kennis ten aanzien van de DNA-kansrij kheid van sporen is essentieel om de mobiele DNA-technologie weloverwogen te kunnen inzetten, weet Mapes als geen ander. Voor gebruik van de PD is een protocol ontwikkeld, waarvan het stroomschema te zien is op pagina 13. “Dat protocol is ondergebracht in een softwareprogramma. Het liefst willen we dat de forensische rechercheurs die informatie straks gewoon op hun telefoon kunnen raadplegen, zodat deze op de PD direct toepasbaar is. Het bedienen van het apparaat is echt het probleem niet. De training van de rechercheurs is dan ook gericht op het nemen van de juiste stappen met de juiste veiligheid én op de beantwoording van de vraag: waar ga ik de techniek voor gebruiken? Als je rechercheurs daarop traint, dan kun je zaken als ‘bias’ en tunnelvisie weliswaar ondervangen, maar volledig uitsluiten kun je het nooit.” Dat de invoering van Rapid DNA-technologie een proces is van lange adem, is inmiddels wel duidelij k. Toch is Mapes optimistisch: “Door al het onderzoek in de afgelopen jaren is er inmiddels sprake van een stevig fundament, en staat de juridische wereld steeds minder ‘huiverig’ tegenover deze nieuwe ontwikkeling. We naderen een kantelpunt, en daarom denk ik ook echt dat we binnen niet al te lange termij n ‘zaken’ kunnen doen.”
MAXUS MEDIA
LABinsights.net LABinsights.de LABinsights.nl
Ontvang onze nieuwsbrief
Nieuwsbrief archief
Volg ons
Linked
MAGAZINE
Abonneren
SERVICE EN CONTACT flag